SUIKERGAST

 
Op een dag deed een Lepisma Saccharina onaangekondigd zijn intrede in mijn atelier. 
Het was een wonderlijke ontdekking: maandenlang had ik gewerkt aan een serie nieuwe gouaches die zich langzaam uitbreidde op de wand in mijn atelier. Teksten en beelden die deels leesbaar en deels verborgen waren in gelaagde werken waarin de hoofpersoon Katasia uit Kosmos van Witold Gombrowicz centraal stond. Wat ik precies wilde met de serie werken was nog niet duidelijk, ik was vooral aan het spelen met de klank van taal en beeldelementen met een voor mij nieuw materiaal. 
In zijn dagboek schrijft Gombrowicz in 1962 over Kosmos
    -“Wat is een detectiveroman? Een poging de chaos te organiseren. Dat is de reden waarom Kosmos, die ik graag ‘een roman over de vorming van de werkelijkheid’ wil noemen, een soort detective zal zijn.’
 
Turend naar één van de werken, kwam het ineens rommelig op mij over, alsof er iets veranderd was. Ik liep ernaartoe en plotseling zag ik de oorzaak: in de dikke zwarte gouache zaten stukjes wit waar de verf was aangevreten, alsof een worm zich een weg had proberen te banen in de verf en liever alleen de korstjes at. Toen ik naar het volgende werk keek, zag ik ook daar kleine aangevreten hapjes, net als in nog drie andere werken. 
Wat was er die nacht gebeurd? Was het een muis of een mot? Ik had nog nooit ongedierte in mijn atelier gezien maar blijkbaar speelde zich in het holst van de nacht iets af waar ik geen weet van had…. Langzaam vraten associaties uit het boek zich in mijn hersenpan en startte een speurtocht naar ‘een wezen’ dat sporen naliet in mijn werk. 
 
Ontdekkingen kun je nooit plannen. Toen ik in 2014 op een onbewaakt moment een serie wrijfletters terugvond in mijn atelier, bleek dat de start van een nieuw hoofdstuk in mijn werk. Sindsdien gaan thema’s als taal en beeld, verschijnen en verdwijnen hand in hand en veranderden mijn beeldtaal. 
De zoektocht naar het ‘wezen’ dat zich een weg door de gouache gebaand had bracht me -behalve bij bestrijdingsmiddelen- ook bij de Vlamingen die zilvervisjes ‘Suikergast’ noemen.
Sindsdien heb ik een gastatelier waar ik me weer helemaal thuis voel.